Nathalie Teirlinck over ‘Le passé devant nous’: “Het leven van een escort is verslavend”

Sommige regisseurs spelen op veilig met hun eerste langspeelfilm, andere willen meteen laten zien wat ze in hun mars hebben. Nathalie Teirlinck hoort onmiskenbaar thuis in de tweede categorie, zo bewijst ze met haar bevreemdende ‘Le passé devant nous’. Het tere relatiedrama vertelt het verhaal van Alice, een jonge vrouw die zichzelf een luxueus bestaan biedt met haar job als escort. Haar echte emoties stopt ze echter diep weg, tot het 6-jarige zoontje dat ze ooit achterliet plots aan haar deur staat.

‘Le passé devant nous’ speelt zich af in het escortmilieu. Heb je je er sterk in verdiept?

Nathalie Teirlinck: “Ik heb met heel veel meisjes gesproken, ja. Net zoals Alice waren het altijd vrouwen die heel bewust de keuze hadden gemaakt om dat vak te beoefenen. Ik heb het nu over de high class escorts, voor alle duidelijkheid. Vaak zijn die meisjes er tijdens hun studies mee begonnen zijn, om iets bij te verdienen. Het is ook verslavend om snel op je eigen benen te staan en veel poen en vrijheid te hebben.”

Kreeg je gemakkelijk toegang tot die wereld?

“Ongeveer 50% van die meisjes met wie ik contact heb opgenomen, heeft op mijn verzoek gereageerd. Ik ben wel nooit via agentschappen gegaan. Ik denk dat je langs die weg veel moeilijker bij die vrouwen raakt. Ik heb altijd persoonlijke sites gecontacteerd. Uiteindelijk was het ook bijna een casting. De manier waarop sommige escorts zichzelf omschreven op hun profielpagina deed me vermoeden dat ze misschien een soort Alice waren. Meestal klopte mijn buikgevoel.”

Alice is geen gemakkelijk personage voor de kijker, want ze verbergt al haar emoties achter een muur.

“Dat vind ik net spannend. De waarheid van een personage zit in het gedrag. Niet in de dialogen, want dan kan je liegen. Gedrag is onbewuster. Wat een persoon doet, de manier waarop hij een wijnglas vasthoudt, of hij twee keer na elkaar nipt of één keer voorzichtig. Als je dat heel goed weet, kan je een personage precies neerzetten. Ik heb zelf het scenario geschreven en ik had op de duur het gevoel dat ik Alice door en door kende. Ik kon haar gedrag precies nabootsen. Nu hoop ik dat de toeschouwer ook begrijpt wie ze is door haar gedrag te observeren.”

Als regisseur sta je op de set compleet in je blootje

Dit is je eerste langspeelfilm. Hoe intimiderend is het om meteen samen te werken met Evelyne Brochu, die op de set heeft gestaan met David Cronenberg en Denis Villeneuve? En met Eriq Ebouaney, die met Brian De Palma heeft gewerkt? En met Molly Stensgaard, die al talloze films met Lars von Trier heeft gemonteerd?

“Het is vooral helemaal in het begin intimiderend. Je vraagt je af of je het lef hebt om aan iemand als Evelyne Brochu je verhaal door te sturen. Dat kan gelukkig virtueel, rap via mail, en dan is dat weg. Daarna denk je enkel nog aan je film. Mocht Evelyne ondanks haar ervaring een keiharde bitch geweest zijn, dan had ik nooit met haar willen werken. Ik hecht te veel belang aan de groepsdynamiek en het onderlinge vertrouwen op de set. Als regisseur sta je daar figuurlijk gesproken compleet in je blootje, met 40 man rond je. Dan heb je dat vertrouwen nodig. Je moet je ook blootgeven, want het is de enige manier om ervoor te zorgen dat iedereen zich blootgeeft.”

En je kan geen film draaien aan 50%.

“Nee. Onmogelijk. Als dat zou kunnen, zou ik graag hebben dat iemand me het eens uitlegt. (lacht) Dan zou ik niet bij elke film tien jaar ouder worden. Het was bijna op leven en dood voor mij. Maar dat is nog een deel van mijn onervarenheid, denk ik.”

Foto R.V.

Je maakt heel gevoelige cinema. Ben je je ook bewust van de economische kant van het vak?

“Dat komt vanzelf als je een langspeelfilm maakt. Plots spelen heel andere belangen en gevoelens mee. Je begint er bijvoorbeeld onbewust op te letten hoeveel kijkers de films van collega’s halen. Je voelt dat die overwegingen bij alle regisseurs spelen. Misschien komt het fundamenteel gewoon neer op de angst of je ooit nog wel een volgende film zal kunnen maken.”

Ben je bang dat je het slachtoffer wordt van het succes van de Vlaamse film? Dreigen we niet te veel hongerige filmmakers te krijgen?

“We hebben hongerige filmmakers nodig en ik gun het iedereen heel hard. Ik hoop wel dat we nog fouten mogen maken. Ik heb de golf zien aanzwellen in 2006, bij mijn kortfilm ‘Anémone’. Toen was Flanders Image aan het opkomen en kreeg ik voor het eerst het gevoel dat er echt beweging in zat, dat jong talent kansen kreeg. Die golf is er nog altijd en dat is fantastisch. Alleen denk ik dan ‘Hou dat vol, hé mannen.’ Laat dat niet betekenen dat iedereen nu per se hits moet scoren. Je kunt niet tegelijk in jong talent investeren en elk risico mijden. Talent moet groeien. Als een jonge regisseur de eerste keer niet het publiek bereikt maar hij probeert iets interessants, laat hem het dan alsjeblief nog een tweede of derde of vierde keer proberen. Je mag niet op safe spelen. Anders maak je volgens mij je industrie kapot.”

Ruben Nollet