Juridisch steekspel rond bergingskosten Flinterstar

Juridisch steekspel rond bergingskosten Flinterstar

Het hof van cassatie heeft recent een arrest vernietigd van het Gentse hof van beroep in de zaak rond het gezonken Nederlandse vrachtschip Flinterstar. Die uitspraak viel in het voordeel uit van reder Flinter en zadelt de Belgische en Vlaamse overheid mogelijk op met de bergingskosten. Het kabinet van staatssecretaris van de Noordzee Philippe De Backer reageert dat het maken of terugbetalen van verdere kosten niet aanvaardbaar is. Op 22 februari 2016 oordeelde het hof van beroep in Gent in kort geding dat reder en eigenaar Flinter en bevrachter Onego moesten instaan voor de berging van het vrachtschip Flinterstar. Dat zonk in oktober 2015 na een aanvaring met de olietanker Al-Oraiq voor de kust van Zeebrugge. Die rechtzaak kwam er omdat Flinter afstand had gedaan van het vrachtschip en op die manier probeerde de berging en de kosten over te laten aan België als “oeverland”. Toenmalig staatssecretaris voor de Noordzee Bart Tommelein (Open VLD) pikte dat niet en trok naar de rechtbank. Maar het hof van cassatie vernietigde op 13 januari jongstleden dat arrest op basis van een artikel in de wrakkenwet, ook al is de Flinterstar goed en wel geborgen.

Mogelijk moeten Vlaanderen en België nu opdraaien voor de bergingskosten. Hoeveel die bedragen is niet geweten, maar het gaat om miljoenen euro’s. Volgens het kabinet van de staatssecretaris De Backer zal Flinter de gemaakte kosten moeten verhalen op de partij(en) die voor het ongeval aansprakelijk zijn. “De Belgische Staat draagt voor de aanvaring geen enkele verantwoordelijkheid en zal het maken of terugbetalen van verdere kosten niet aanvaarden”, klinkt het.

Een onafhankelijk onderzoek wees het team op de brug van de gastanker Al-Oraiq aan als schuldige. Volgens het onderzoek maakten de officier van wacht, de twee loodsen en de kapitein een inschattingsfout, maar ook op de Flinterstar zijn fouten gemaakt.
Los van de bergingskosten maakte de Belgische staat al 3,9 miljoen euro kosten. Ook Vlaanderen hoestte bijna een miljoen euro op voor de inzet van schepen, zoals olieruimers, om milieuverontreiniging tegen te gaan.

“De Belgische Staat is reeds een procedure begonnen ter recuperatie van de eigen gemaakte kosten ten belope van provisioneel 3,9 miljoen euro en zal deze procedure onverkort verderzetten. Dit staat volledig los van de kortgedingprocedure en van de vraag wie het schip had moeten bergen”, besluit het kabinet.
Er moet nog een uitspraak ten gronde worden gedaan voor de rechtbank van koophandel in Brugge, maar dat kan pas als het onderzoeksrapport naar de oorzaak van de scheepsramp volledig klaar is.

bron: Belga