King of The Belgians: "We zijn geen antimonarchisten!"

King of The Belgians
Foto R.V.

‘Khadak’, ‘Altiplano’, ‘La Cinquième Saison’… Peter Brosens en Jessica Woodworth, die altijd samenwerken, weten het als geen ander: Eendracht maakt macht. Alleen, tot op welk punt? Als België morgen uiteenspat, wat zou er dan met de koning gebeuren? Dat is de vraag die het Belgisch-Amerikaanse regisseursduo stelt in ‘King of The Belgians’, een royaal getikte roadmovie die gedraaid werd tussen Brussel en de Balkan. Metro ging op de koffie bij Jessica Woodworth om er het fijne van te weten.

‘King of the Belgians’ is helemaal anders dan je vorige films. Lichter, humoristischer… Wou je een breder publiek bereiken?

Jessica Woodworth: “We willen met onze films altijd zoveel mogelijk mensen bereiken. Peter en ik waren ‘King of the Belgians’ al aan het schrijven voor we aan de opnames van ‘La Cinquième Saison’ begonnen. We hadden zin om een komedie te maken. Maar we waren er ons van in het begin van bewust dat komedie veel moeilijker is dan tragedie. Mensen laten huilen, is makkelijk. Je moet tegenwoordig maar je tv aanzetten. Maar mensen doen lachen, is een ander paar mouwen! Uiteindelijk beslist het publiek zelf of het een komedie is, niet wij. Als je zegt dat het een komedie is, schep je bovendien bepaalde verwachtingen… en zijn de mensen achteraf teleurgesteld. We zeggen dus liever dat het een roadmovie is.”

Hoe kwam het personage van Koning Nicolas III, gespeeld door Peter Van den Begin, tot stand?

“Eerst en vooral hebben we de heel bewuste keuze gemaakt om ver van de echte koninklijke familie weg te blijven. We zijn geen antimonarchisten en willen niet met ze lachen. Wat ons wel interesseerde, was het fictieve personage van de koning en het idee dat er een gebrek aan communicatie is tussen hem en zijn volk. Hij is dan ook verrast als Wallonië de onafhankelijkheid uitroept, omdat hij niets zag aankomen. Hij vraagt altijd aan zijn chef protocol hoe hij iets moet zeggen of hoe hij zijn speech moet schrijven. Hij weet nooit wat te zeggen, vandaar dat hij ‘Nicolas de Stille’ genoemd wordt. Maar door alles wat er gebeurt in de film, probeert hij zich toch uit te drukken. Het is mooi om te zien hoe hij ontwaakt.”

Hoe vermijd je dat hij een karikatuur wordt?

“We hadden twee regels. Eerst en vooral moest Peter zijn personage helemaal zelf opbouwen: zijn lichaamstaal, zijn sterktes en zwaktes… De sleutel tot het personage lag bij hem, niet in historische referenties of in de actualiteit. Anders was het nooit authentiek geweest. Tijdens de repetities was er nog een tweede gulden regel: dit is geen komedie, maar het echte leven.”

Heb je de koninklijke familie proberen contacteren?

“Ze waren op de hoogte van de opnames, da’s alles. En we hebben hen uitgenodigd op de avant-premières in Venetië, Gent en Brussel. Ze zijn niet gekomen, da’s hun keuze. Maar we hebben de film ook niet voor hen gemaakt (lacht).”

De film is heel goed onthaald op het Filmfestival van Venetië. Geeft dat hoop voor de release in België?

“Venetië was zot: we zaten met 1.400 in een bomvolle zaal. We hebben zelfs 200 mensen moeten weigeren! Tijdens de film werd er drie keer geapplaudisseerd en op het einde kregen we een staande ovatie van 20 minuten. Ik hoop dat het Belgische publiek even enthousiast zal zijn. Commercieel succes zou leuk zijn, maar dat hebben we niet in de hand. Het is heel moeilijk voor onafhankelijke films zonder sterrencast om een breed publiek te bereiken. Zelfs al zijn ze geselecteerd voor prestigieuze festivals. Het blijven heel fragiele producten, die de middelen niet hebben om overal affiches te hangen of radiospots te maken.”

We lachen niet met de koninklijke familie

Hoe doe je dat dan?

“Wat werkt, is mond-tot-mondreclame. En tijd. Kleine films moeten zolang mogelijk in de zalen blijven. We zullen daar alles voor uit de kast halen. De film komt op 30 november uit in Brussel en Vlaanderen, en op 21 december in Wallonië. Jammer van het verschil, maar dat was een kwestie van beschikbaarheid in de zalen. We staan zelf in voor de distributie, om je een idee te geven hoe moeilijk het is… (lacht”

Is het moeilijk om met twee regisseurs een film te draaien?

“Een film maken, betekent honderd knopen per dag doorhakken. Peter en ik delen dezelfde gevoeligheid. We vertrouwen elkaar. En we hebben dezelfde smaak, vooral in muziek. Zonder die gemene deler zouden we niet samen films maken. Muziek is onze sleutel, denk ik.”

Jullie film is gedraaid in de lente van 2015, maar verwijst naar dingen die pas later gebeurd zijn: de vluchtelingencrisis, de Brexit, de staatsgreep in Turkije. En de verkiezing van Trump, die je als Belgisch-Amerikaanse waarschijnlijk hard geraakt heeft…

“Het is zo tragisch. De verkiezing van Trump heeft mijn idee van de Verenigde Staten aan diggelen geslagen. Multiculturaliteit is precies de definitie van de VS. Zonder die open geest ziet de toekomst er erg somber uit. Somber, zoals de haat en de angst die je ook ziet in Hongarije, Frankrijk, Polen, Denemarken… De film stelt de symbolische kracht van ons land in vraag: als Belgen hun communautaire problemen al niet kunnen overstijgen, hoe moet het dan met Europa? Het sterkste wapen van een regisseur is humor. Dat wist Chaplin al in 1939, met ‘The Great Dictator’.”

Elli Mastorou

Recensie ‘King of The Belgians’: 3/5 sterren

King of The Belgians
Foto R.V.

Het moest ooit eens gebeuren. Terwijl Koning Nicolas III van België op bezoek is in Istanboel, roept Vlaa… sorry, Wallonië zijn onafhankelijkheid uit. Belgium: game over. En alsof dat nog niet genoeg was, speelt ook het weer spelbreker. Geen enkel vliegtuig mag opstijgen. Er zit voor de staatloze koning en zijn entourage niets anders op dan naar Europa terug te keren zoals vluchtelingen: door smokkelaars te betalen en zich te verbergen voor de autoriteiten.

Hun clandestiene avontuur wordt gefilmd door Duncan Lloyd, een regisseur die ingehuurd is om een officieel portret van de koning te maken…

Om het met René Magritte te zeggen: ceci n’est pas un documentaire. Ook al lijkt het er wel erg veel op. Weg met de diplomatie! In deze maffe roadmovie jongleert het Belgisch-Amerikaanse duo Peter Brosens en Jessica Woodworth (‘Altiplano’) met komedie en tragedie, besprenkeld met een snuifje politiek en menselijke relaties.

De eerste helft van de film zit vol leuke ideeën, maar daarna geraakt het scenario snel buiten adem. Het sympathieke resultaat is een mix van Belgisch surrealisme, Balkanfolklore en humor. Met een pluim voor het koninklijke en klunzige charisma van Peter Van den Begin.

(em)

DELEN