“Kritiek op Euthanasiecommissie getuigt van weinig veldkennis” “Kritiek op Euthanasiecommissie getuigt van weinig veldkennis”

Kritiek op Euthanasiecommissie getuigt van weinig veldkennis "Kritiek op Euthanasiecommissie getuigt van weinig veldkennis"

Professor Wim Distelmans, voorzitter van de Euthanasiecommissie, kan zich niet vinden in de kritiek van enkele artsen en ethici, die in De Standaard verscheen. Volgens hen zou de Euthanasiecommissie zich te veel gedragen als wetgever, maar die kritiek getuigt volgens Distelmans van “weinig veldkennis”. “Ik heb geen probleem met kritiek, maar het moet wél ter zake doen”. In het kritische opiniestuk stellen de artsen en ethici, grotendeels verbonden aan de UGent en de KU Leuven, dat de commissie de euthanasiewet “oprekt”. Zo zou de commissie toestaan dat de derde arts die de euthanasievraag beoordeelt bij polypathie- of ouderdomskwaaltjes een huisarts is, terwijl de wet voorschrijft dat dat een psychiater moet zijn.

“Klopt niet”, zegt Distelmans. “De wet schrijft voor dat het een specialist van de aandoening, of een psychiater moet zijn. En huisartsgeneeskunde is een erkend specialisme in ons land.”

Volgens de artsen registreert de Euthanasiecommissie bovendien lang niet alle gevallen van euthanasie die in ons land worden uitgevoerd, en moet de commissie de artsen meer aansporen alles aan te geven. “Het klopt dat er inderdaad meer worden uitgevoerd dan wij er registreren. Maar vaak gaat het om gevallen waarin het in de perceptie van de artsen om palliatieve sedatie, en niet om euthanasie gaat”, verklaart Distelmans.

“Kijk, onze rol is om raad te geven aan het parlement over de euthanasiewet en eventuele tekortkomingen te signaleren. Maar aan de grondvoorwaarden van de wet, daar wordt niét aan getornd. Die respecteren wij voor 1.000 %”, besluit Distelmans. Professor Wim Distelmans, voorzitter van de Euthanasiecommissie, kan zich niet vinden in de kritiek van enkele artsen en ethici, die in De Standaard verscheen. Volgens hen zou de Euthanasiecommissie zich te veel gedragen als wetgever, maar die kritiek getuigt volgens Distelmans van “weinig veldkennis”. “Ik heb geen probleem met kritiek, maar het moet wél ter zake doen”. In het kritische opiniestuk stellen de artsen en ethici, grotendeels verbonden aan de UGent en de KU Leuven, dat de commissie de euthanasiewet “oprekt”. Zo zou de commissie toestaan dat de derde arts die de euthanasievraag beoordeelt bij polypathie- of ouderdomskwaaltjes een huisarts is, terwijl de wet voorschrijft dat dat een psychiater moet zijn.

“Klopt niet”, zegt Distelmans. “De wet schrijft voor dat het een specialist van de aandoening, of een psychiater moet zijn. En huisartsgeneeskunde is een erkend specialisme in ons land.”

Volgens de artsen registreert de Euthanasiecommissie bovendien lang niet alle gevallen van euthanasie die in ons land worden uitgevoerd, en moet de commissie de artsen meer aansporen alles aan te geven. “Het klopt dat er inderdaad meer worden uitgevoerd dan wij er registreren. Maar vaak gaat het om gevallen waarin het in de perceptie van de artsen om palliatieve sedatie, en niet om euthanasie gaat”, verklaart Distelmans.

“Kijk, onze rol is om raad te geven aan het parlement over de euthanasiewet en eventuele tekortkomingen te signaleren. Maar aan de grondvoorwaarden van de wet, daar wordt niét aan getornd. Die respecteren wij voor 1.000 %”, besluit Distelmans.

bron: Belga

DELEN