Een kind op de vier loopt risico op armoede of sociale uitsluiting in Europa

Een kind op de vier loopt risico op armoede of sociale uitsluiting in Europa

Een op de vier kinderen jonger dan 18 jaar, 23,3 procent of 543.000 kinderen in absolute cijfers, loopt risico op armoede en sociale uitsluiting in België. Het gemiddelde van de lidstaten van de Europese Unie bedraagt 26,9 procent. Dat blijkt uit cijfers voor 2015 van Eurostat, de Europese statistische dienst, ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind op 20 november.
In Roemenië loopt bijna de helft (46,8 procent) van de kinderen jonger dan 18 risico op armoede en sociale uitsluiting. Het Oost-Europese land gaat Bulgarije (43,7 procent), Griekenland (37,8 procent) en Hongarije (36,1 procent) vooraf. De Scandinavische landen leggen zoals zo vaak de beste cijfers voor: Zweden (14 procent), Finland (14,9 procent) en Denemarken (15,7 procent). Ook buurlanden Nederland (17,2 procent) en Duitsland (18,5 procent) doen het goed.

In de helft van de landen is het risico op armoede en sociale uitsluiting onder 18 gestegen tussen 2010 en 2015. Dat was vooral het geval in Griekenland (+9,1 procentpunt), Cyprus (+7,1 procentpunt) en Italië (+4 procentpunt). De omgekeerde beweging maakten Letland (-10,9 procentpunt), Bulgarije (-6,1 procentpunt) en Polen (-4,2 procentpunt). Op Europees niveau was er een afname van -0,6 procentpunt.

Onderzoek leert dat een laag opleidingsniveau van de ouders het risico op armoede of sociale uitsluiting bij kinderen vergroot. In 2015 liep bijna twee derde (65,5 procent) van de kinderen met ouders die hoogstens lager secundair onderwijs hebben gevolgd risico op armoede in de EU. Bij ouders die hoger secundair hebben gevolgd, is dat een op de drie (30,3 procent). Het risico neemt af tot 10,6 procent bij de kinderen van ouders die hoger onderwijs genoten. Volgens Eurostat is die trend merkbaar in alle Europese lidstaten.

Om te bepalen of kinderen risico lopen op armoede of sociale uitsluiting, hanteert Eurostat drie criteria: risico op armoede na sociale transfers, ernstig materieel gemis of leven in een gezin met veel werkloosheid. Kinderen moeten aan minstens één ervan voldoen.

bron: Belga

DELEN