Mel Gibson: “Ik bid elke dag. Om de stemmen in mijn hoofd te doen zwijgen”

Hacksaw Ridge
Foto Mark Rogers

Zelf is hij absoluut geen engeltje, en met zijn puntige baard heeft hij zelfs iets duivels, maar Mel Gibson (60) blijft wel rotsvast in God geloven. Dat blijkt uit de films die hij regisseert – na ‘The Passion of the Christ’ voert hij in ‘Hacksaw Ridge’ een diepreligieuze oorlogsheld op – maar ook uit zijn dagelijkse rituelen: zonder een ochtendgebedje is Gibson een vogel voor de kat, gaf hij toe aan Metro.

‘Hacksaw Ridge’ is het waargebeurde verhaal van legerdokter Desmond Doss, die uit religieuze overwegingen weigerde om een wapen aan te raken, maar in 1945 wel zijn leven riskeerde om 75 gewonde soldaten in veiligheid te brengen. Wat sprak u aan in zijn verhaal?

Mel Gibson: “Ik hou enorm van heldenverhalen. Verhalen over gewone mensen die buitengewone dingen doen in moeilijke omstandigheden. Daar heb ik veel bewondering voor. Het inspireert me ook om dat soort verhalen te horen, zeker als ze waargebeurd zijn. Een man die ten oorlog trekt zonder wapen, en dan mensen van het slagveld gaat slepen terwijl de kogels om zijn oren fluiten… Ik wil begrijpen wat zo iemand beweegt. Deze film toont de kracht van de menselijke geest: een man die boven zichzelf en zijn situatie uitstijgt.”

Desmond put die kracht uit zijn geloof. Zou u dat ook kunnen?

“Mijn hand durf ik er niet voor in het vuur te steken, maar ik hoop van wel. Ik weet niet hoe sterk mijn geloof is. Mensen zoals Desmond zijn gewoon oersolide, terwijl ik niet eens een hele dag doorkom zonder in de fout te gaan.”

U maakte al een film over Jezus, en nu voert u een diepgelovige oorlogsheld op. Hoe belangrijk is uw geloof eigenlijk voor u?

“Ik geloof rotsvast dat er iets groter is dan mezelf. Want anders zou ík God zijn, en dan zitten we pas echt in de problemen. (lacht) Ik ben een man met veel gebreken, ik heb dus echt iets hogers nodig om mezelf te overwinnen. Alleen zo slaag ik erin om me door het leven te slepen.”

Bidt u elke dag?

“Ja, elke ochtend. Het is het allereerste wat ik doe wanneer ik mijn ogen opendoe. Of zelfs daarvoor al. Want als ik niet snel genoeg ben, begin ik stemmetjes te horen. Stemmetjes die me hele slechte ideeën influisteren, en me ervan overtuigen dat het hele goeie ideeën zijn. (lacht) Wanneer ik nog niet helemaal wakker ben, zie ik soms zelfs mijn eigen hoofd dat aan mijn voeteneind tegen me zit te spreken. Daar wil ik dan wel graag zo snel mogelijk vanaf geraken met een gebed.” (lacht)

Terug naar ‘Hacksaw Ridge’: een film met veel uitdagende spektakelscènes. Hoe verliepen de opnames?

“Die waren heel zwaar, omdat we eigenlijk maar over een relatief klein budget beschikten. ‘Hacksaw Ridge’ is een onafhankelijke film. Een grote onafhankelijke film, maar toch. We hadden te weinig geld en te weinig tijd, maar het is toch gelukt. Omdat we de juiste mensen op de juiste plaats hadden: de hele crew was fantastisch.”

De oorlogsscènes ogen extreem rauw en chaotisch, ik voelde me op het einde zélf een beetje shellshocked. Was dat de bedoeling?

“Absoluut! Het moest luid en in your face zijn. Ik wilde het publiek echt het gevoel geven dat het een oorlog meemaakte, dat het middenin de actie zat. Zonder met 3D of andere trucjes te werken. Naar het einde toe is er een scène waar Desmond met een soort posttraumatische stressstoornis van een heuvel afkomt: ik wilde dat het publiek zich op dat moment net zo getraumatiseerd voelde als hij.”

Desmond houdt enorm vast aan zijn principes, maar durft zichzelf tegelijk ook in vraag te stellen. Herkent u zich daarin?

“Natuurlijk. Elke keer dat ik een film ga maken, begin ik aan mezelf te twijfelen. Tegen dat de opnameperiode stilaan in zicht komt, ben ik doodsbang. Aan de vooravond van de eerste draaidag ga ik gegarandeerd overgeven van de angst. Vanaf dat ik eraan begin, komt alles goed, maar toch: die twijfel waarmee Desmond worstelt, is heel herkenbaar voor mij. De steeds terugkerende vraag: “Kan ik dit wel?” Maar dat lijkt me gezond.”

Het was alweer tien jaar geleden dat uw vorige film ‘Apocalypto’ uitkwam. Waarom hebt u zo lang gewacht?

“Ik heb voortdurend ideeën hoor, alleen ben ik vaak de enige die ze goed vindt. (lacht) Dat betekent dat ik in het verleden vaak mijn eigen geld in mijn films heb gepompt. Daar kan je lelijk je broek aan scheuren, dus daar ben ik dan maar mee gestopt. Maar dat betekent wel dat ik nu wat meer tijd nodig heb om nieuwe projecten van de grond te krijgen.”

Lieven Trio

Hacksaw Ridge
Cross Creek Pictures Pty Ltd / Mark Rogers

Review Hacksaw Ridge: 3/5 sterren

Oorlog is de hel, maar je kan er wel je plekje in de hemel mee verdienen: dat wil Mel Gibson bewijzen met zijn oorlogsprent ‘Hacksaw Ridge’.

Het geweld dat hij toont, zou niet misstaan in een horrorfilm: bloedfonteinen, afgerukte ledematen en ontplofte hoofden besmeuren het scherm. Zelfs ‘Saving Private Ryan’ voelt een beetje als met de soldaatjes spelen in de zandbak, in vergelijking met deze extreem rauwe film.

Het resultaat is navenant: uren later voelden wij de shellshock nog altijd in ons lijf zitten. Maar Gibson wil niet alleen choqueren, hij laat ons ook kennismaken met Desmond Doss (Andrew Garfield), een ontwapenende kerel die om religieuze redenen geen wapen wilde dragen, maar wel eigenhandig 75 gewonde soldaten van het slagveld sleepte.

Alsof het een sequel op ‘The Passion of the Christ’ was, uit Gibson zijn bewondering voor deze diepgelovige oorlogsheld door hem als een nieuwe Jezus in beeld te brengen – is dat geen heiligschennis, Mel? Het werkt alleszins geregeld op de zenuwen. Maar wat de film mist aan subtiliteit, maakt hij goed in oprechtheid. Gibson verwerkt zelfs zijn eigen innerlijke demonen in het personage van Desmonds vader (Hugo Weaving), een opvliegende kerel die worstelt met de fles. Het moet gezegd: ‘Hacksaw Ridge’ hakt er stevig in.

(lt)

DELEN