“Ons land verliest een van zijn grootste striptekenaars”

Ons land verliest een van zijn grootste striptekenaars

“Met Marc Sleen verliest ons land een van zijn grootste striptekenaars”. Zo reageert Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) op het overlijden van de bekende striptekenaar. “Met zijn vele memorabele stripfiguren zorgde de geestelijke vader van Nero voor ontelbare knipoogjes, schaterlachen en amusement bij jong en oud, generaties lang en breed. In zijn strips vond Marc het medium par excellence om de Vlaamse gulle lach te verspreiden”. Minister Gatz las “van toen hij een broekventje was” gretig de strips van Marc Sleen, en dan vooral Nero. “Mijn favoriete album is ‘De hoed van Geeraard de Duivel'”, herinnert Gatz zich. Nero is voor hem ook veel meer dan een beeldverhaal. “Het is ook een politiek overzicht van de jaren 50, 60, 70 en 80. “‘De brief aan Nasser’ is bijvoorbeeld nog steeds actueel voor het Midden-Oosten, maar ook in andere strips stak ik als kind en puber heel wat weetjes over de wereld op”.

De liberale minister prijst Marc Sleen als een groot Belgisch surrealistisch kunstenaar, “die zoals Breugel, Bosch of Magritte de tijdsgeest waarin hij leefde ludiek en vaak bijzonder treffend verbeeldde. Zijn Nerofiguur was in feite de eerste antiheld van de stripgeschiedenis. Nero wenste maar één ding: zijn zetel en zijn krant. Maar hij werd in elk album tegen zijn zin meegesleurd in een spiraal van avonturen”.

Gatz wijst op de verschillende tekenen van eerbetoon aan Marc Sleen die het levenslicht zagen, zoals de stripprijs de Bronzen Adhemar, de Sleenpostzegel en het museum tegenover het Stripmuseum in Brussel. “Maar Sleen zal vooral blijven voortleven in zijn onvergetelijke figuren als Jan Spier, Abraham Tuizentfloot, Meneer en Madam Pijp, Piet Fluwijn en Bolleke of de Lustige Kapoentjes”.

De minister bewaart nog een goede persoonlijke herinnering aan de striptekenaar. “Ik heb de oude meester mogen ontmoeten toen ik op vraag van de Stichting Marc Sleen het eerste brouwsel van het Nerobier heb gebrouwen. En het smaakte hem!”

bron: Belga

DELEN