Vlaams topsportgeld gaat niet meer naar sport, maar naar sporter

Vlaams topsportgeld gaat niet meer naar sport

In het nieuwe Vlaamse topsportplan, dat de Olympische Spelen van 2020 voorbereidt, gaat het grootste deel van het budget niet langer naar sporttakken, maar naar beloftevolle sporters. Het budget blijft, met 86 miljoen euro over vier jaar, gelijk. “Het aantal medailles dat Vlaanderen haalt in vergelijking met Wallonië bewijst dat onze aanpak werkt”, zegt Sportminister Philippe Muyters. Vlaanderen heeft in de aanloop naar de Olympische Spelen 86 miljoen euro veil om medailles te pakken. In de voorbereiding naar Rio ging dat budget voornamelijk naar tien ‘focussporten’, zoals atletiek, hockey en wielrennen. Sporten waarin onze regio een realistische kans maakt op eremetaal.

Die aanpak wordt nu bijgestuurd. De federaties krijgen nog steeds 35 procent van het budget om jong talent te detecteren en op te leiden. 55 procent van het geld gaat voortaan echter naar prestatieprogramma’s, voor sporters die al iets hebben bewezen en een succesvolle cel rond zich hebben opgebouwd. “De focus wordt verlegd van de sport naar de sporter”, zegt Philippe Muyters. “Als we kijken naar wie in het verleden medailles heeft gehaald, zijn dat immers mensen die al een heel traject hebben afgelegd.”

Meer geld voor topsport is in de huidige budgettaire omstandigheden niet mogelijk, maar volgens Muyters ook niet nodig. Bij de jongste Olympische Spelen haalde België negentien plaatsen in de top-8, waarvan er zestien op het conto van Vlaanderen kunnen worden geschreven. “Ik durf dus gerust zeggen dat we qua topsportbeleid een heel eind voor staan op Wallonië”, aldus Muyters.

bron: Belga

DELEN