Rudy De Bie trekt met ambitieuze selectie naar EK in Pontchâteau

Rudy De Bie trekt met ambitieuze selectie naar EK in Pontchâteau

Zondag strijden de crossers in het Franse Pontchâteau om de Europese titel. De Nederlander Lars van der Haar werd vorig jaar de eerste Europese kampioen bij de elite. Zijn landgenoot Mathieu van der Poel en Wout van Aert zijn favoriet om hem op te volgen. “We trekken met acht ambitieuze profs naar het EK”, zegt de Belgische bondscoach Rudy De Bie. “Iedereen is echt wel gedreven. Vorig jaar was het nog nieuw, nu begint het toch meer aan waarde te winnen. Het is toch een titel die wordt uitgereikt.”

Het parkoers in Pontchâteau is de veldrijders niet onbekend. In het verleden werden er enkele wereldbekers georganiseerd en in 2004 kroonde Bart Wellens er zich tot wereldkampioen bij de elite en deed Kevin Pauwels dat bij de beloften. In 2005 juichte Niels Albert er toen hij Europees kampioen werd bij de beloften. “Het parkoers zal voor ons weinig verrassingen bieden”, aldus De Bie. “Het is geen al te technisch omloop, voor een type renner die lang hard kan rijden. Het is helemaal niet vergelijkbaar met de omloop in de wereldbeker in Valkenburg vorige zondag, totaal anders zelf, een heel eerlijk parkoers, waar de sterkste wint.”

Pontchâteau ligt niet bij de deur, een verplaatsing van zo’n 750 kilometer vanuit Brussel, terwijl twee dagen later op 1 november de Koppenbergcross wacht. “Het is niet evident”, beaamt De Bie, “maar we leggen onze renners wel in de watten. De jeugd arriveert morgenmiddag, de elite landt morgenavond rond 23u00 in Nantes, waarna hen nog een korte verplaatsing met de wagen wacht. De eliterenners koersen hun EK pas zondag, ze hebben de tijd om zaterdag nog het parkoers te verkennen, de jeugd zal dat morgennamiddag doen. Voorts doen we er alles aan opdat ze optimaal gesoigneerd worden. We hebben vanuit de federatie genoeg masseurs mee naar het EK, zondagavond na de wedstrijd krijgen ze nog hun massage en verblijven ze nog één nacht in Frankrijk. Maandag keren ze dan terug naar huis met het vliegtuig. Ik denk niet dat ze iets te kort zullen komen en dat het EK zeker niet nadelig zal zijn voor hun prestatie in de Koppenbergcross.”

De Bie zag de voorbije dagen een gretige en gedreven Wout van Aert. “Hij is heel gemotiveerd voor dit EK. Het is een titel die ontbreekt op zijn palmares en die nederlaag van vorig jaar tegen Lars van der Haar ligt hem nog op de maag. Hij zal er zeker op gebrand zijn om te scoren zondag.”

Zowel bij de mannen junioren, als bij de beloften dicht de bondscoach zijn selectie goede kansen toe. “Vooral bij de beloften hebben we met uittredend kampioen Quinten Hermans een sterke renner in onze rangen en dan is er ook nog Eli Iserbyt. Die liet nog niet de topresultaten optekenen, maar je ziet zijn conditie wel in stijgende lijn gaan. Ik twijfel niet aan hem. Voorts maken nog veel andere beloften kans op een plekje in de top tien.”

Bij de vrouwen kroonde Sanne Cant zich al twee maal tot Europees kampioene en is ze de titelverdedigster. “Ik denk dat ze zich wel aan veel tegenstand mag verwachten uit het Nederlandse kamp”, aldus De Bie. “Ze is in goede doen, dat bewijst haar derde plaats van vorige week in Valkenburg. Ze maakt aanspraak op een medaille. Op de titel? Tja, het kan, maar ze zal een heel vette kluif hebben aan wereldkampioene Thalita de Jong.”

Opvallend is de selectie van de 21-jarige Alicia Franck als één van de vier vertegenwoordigsters bij de vrouwen elite. “Bij de jeugd was ze vooral actief als mountainbikester, maar nu wil ze zich meer toeleggen op het veldrijden en ze is goed bezig. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Valkenburg heeft ze me aangenaam verrast en deze selectie is een kans voor haar. Het is een bewijs dat we jonge rensters die zich toeleggen op het veldrijden, die kans willen geven.”

bron: Belga

DELEN