Rockrevelatie Puggy verovert nu ook Vlaamse harten: "We prijzen onszelf verdraaid gelukkig"

Foto Boldatwork

De band heeft wortels in Frankrijk, Zweden en Engeland, maar vond uiteindelijk een thuis in Brussel. We hebben het over Puggy, de rockrevelatie die sinds 2010 vooral Franse podia bestormt en nu volop bezig is aan een grote verovertingstocht van de Vlaamse muziekfans.

We troffen het trio enkele maanden geleden in de modderige backstage van Rock Werchter, waar ze die dag tot hun eigen verbazing het festival zullen afsluiten. “We konden het amper geloven toen we het hoorden”, lacht zanger Matthew Irons ons toe. “Het enige jammere is dat we op hetzelfde uur als Rammstein spelen, dat is stevige concurrentie”, vult bassist Romain Descampe aan.

De zenuwen staan dan ook strak gespannen, wat ons meteen brengt tot de eerste vraag.

Wat doen jullie om stoom af te laten als de druk hoog is?

Matthew Irons: “Yoga-oefeningen zijn alleszins niet aan ons besteed. (lacht) Uiteraard warm ik mijn stem op, maar verder hebben we er een gewoonte van gemaakt om last minute nog een hoop wijzigingen door te voeren. Zodra je op de plaats van het concert aankomt, voel je meteen welke vibe er hangt. Dat vereist soms een aanpassing van de setlist.”

Egil Franzén: “Echt rituelen hebben we niet, maar we proberen onszelf voor elk optreden er wel aan te herinneren dat we ons verdraaid gelukkig mogen prijzen dat we op dat podium mogen staan. We treden vaak op voor duizenden mensen die tijd en geld geïnvesteerd hebben om ons aan het werk te zien. Dat mag je nooit of te nimmer als vanzelfsprekend beschouwen.”

Romain Descampe: “Als je niet geraakt wordt door het uitzicht op 65.000 applaudisserende mensen, dan is het wellicht tijd om een andere hobby te zoeken.”

Maakt de grootte van de zaal voor jullie een verschil?

Irons: “We geven ons uiteraard altijd de volle 100%, maar de manier waarop we een concert invullen kan wel behoorlijk verschillen. Stel dat er straks maar tien man in de zaal staat, dan nodigen we ze uit op het podium en betalen we ze een biertje.”

Descampe: “Er zijn twee soorten concerten. De optredens waarbij je op het podium verschijnt en je onmiddellijk voelt dat iederéén je graag heeft of de typische festivalconcerten waarbij je weet dat er een hoop mensen in het publiek staan die je muziek niet kennen. Hen moet je nog overtuigen. De energie die je op het podium creëert is daarbij cruciaal.”

Franzén: “We delen zoveel mogelijk van die energie met ons publiek en proberen echt met hen te communiceren. Als je erin slaagt om die dialoog op te bouwen, ontstaat er een soort gemeenschappelijke extase die je herkent bij elk goed concert. Maar om dat te bereiken moeten zowel jij als je publiek bereid zijn om je helemaal te geven.”

Jullie wonen weliswaar in Brussel, maar jullie komen uit Groot-Brittannië, Frankrijk en Zweden. Hoe ervaren jullie als buitenstaanders de culturele tweedeling in ons land?

Descampe: “De situatie in België is niet zo uniek als jullie zelf denken. Ook in Italië, Spanje en Zwitserland worden in één land verschillende talen gesproken. Het grootste verschil is dat België verdeeld is in twee helften en dat jullie ook geen nationale media hebben. Dat heeft het voor ons wel moeilijk gemaakt om in jullie land door te breken.”

Irons: “We hebben een Frans platencontract en na onze eerste hit kregen we in Wallonië bijna meteen aandacht. Maar omdat onze hit in Vlaanderen niet op de radio’s te horen was, heeft het wat langer geduurd voordat we er voet aan de grond kregen.”

Franzén: “Gelukkig is de Belgische muziekscène zo eclectisch! Bijna elk genre wordt hier getolereerd op de radio. Een groot voordeel voor nieuwe bands.”

Zelf maken jullie muziek die het midden houdt tussen pop en rock. Welke muziekgroepen en –genres schallen er door de tourbus?

Irons: “Tegenwoordig is dat echt alle soorten muziek, maar vroeger was ik verkocht aan hard rock. Denk daarbij aan Metallica, Guns ’n Roses, dat soort groepen vierde hoogtij in mijn playlist toen ik zestien was. Later schoof mijn smaak op in de richting van reggae en jazz, genres waar ik ook nu nog regelmatig naar luister. Maar met dank aan de talrijke streamingplatforms bestaan genres nu eigenlijk niet meer. Je kiest een groep eerder op basis van de sfeer van een bepaald nummer en niet langer op basis van een genre.”

Franzén: “Mijn muzieksmaak is eveneens heel eclectisch. Patty Smith is mijn heldin, maar verder luister ik ook een heleboel rock en pop, gaande van Paul Simon tot Michael Jackson en Bob Dylan. Vroeger dacht ik altijd dat mensen eerst een kledingstijl kozen, om vervolgens te gaan luisteren naar de muziek die erbij past. Ook daarom is het hele streaminggebeuren interessant.”

Mare Hotterbeekx

DELEN