Topvrouw federale politie wil meer volk en minder zones

Topvrouw federale politie wil meer volk en minder zones

Volgens Catherine De Bolle, commissaris-generaal van de federale politie, is er op dit moment te weinig personeel om alle taken te kunnen vervullen. Dat zei ze in de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart. Het aantal lokale politiezones is volgens haar daarnaast te groot om efficiënt te kunnen werken. Volgens Catherine De Bolle kampt de federale politie op dit moment met een tekort van 15,1 procent aan mensen op het terrein. “Daardoor kunnen we niet alle opdrachten vervullen, zeker niet meer in 2019 als alle besparingen zouden worden doorgevoerd. Dan stevenen we zelfs af op een tekort van 24 procent”, zei ze in de onderzoekscommissie.

Doordat er zoveel eenheden worden ingezet voor de strijd tegen terrorisme ondervinden de minder prioritaire eenheden, zoals de interventiekorpsen en de wegpolitie, zelfs nog meer hinder van de onderbezetting. “Dat zal een weerslag hebben op de uitvoering van het Nationaal Veiligheidsplan”, waarschuwde De Bolle.

Het pleidooi van de commissaris-generaal voor extra personeel lokte uiteenlopende reacties uit bij de partijen. Servais Verherstraeten (CD&V) verzekerde dat er veel begrip is voor de werkdruk bij de politie, maar Patrick Dewael (Open Vld) toonde zich gepikeerd. “De budgetten voor de politie zijn altijd maar gestegen. In verhouding tot de andere Europese landen hebben we nu het hoogste aantal politiemensen per capita”, zei hij. “Is er dan een gebrek aan management? Heeft u onvoldoende beslissingsbevoegdheid?”, vroeg hij zich af.

Het is volgens De Bolle echter te makkelijk om enkel naar het aantal agenten te kijken. “Je moet hun taken en bevoegdheden in aanmerking nemen”, vond ze. Volgens de commissaris-generaal telt België overigens te veel politiezones. “189 zones is wel heel veel. Ik denk dat het soms nuttig kan zijn om tot een schaalvergroting over te gaan, op voorwaarde dat de link met de lokale bevolking wordt behouden en dat burgemeesters de garantie hebben dat zij de zone kunnen aanspreken wanneer ze dat noodzakelijk vinden.”

bron: Belga

DELEN