WK wielrennen – Oliver Naesen en Jasper Stuyven trots op het brons

WK wielrennen - Oliver Naesen en Jasper Stuyven trots op het brons

Oliver Naesen en Jasper Stuyven verrichten heel wat werk voor de Belgen op het WK in Doha. Ze forceerden mee de waaier en op het plaatselijke circuit reden ze, samen met Jens Keukeleire, bijna de hele tijd op kop. Voor Stuyven ging het licht uit op 6,5 kilometer van de finish, voor Naesen wat later. Zij aan zij kwamen ze over de finish. “Ik denk dat er gewoon geen aanvallen meer waren op het eind, omdat iedereen door zijn krachten heen zat”, verklaarde Oliver Naesen. “Het ging heel hard, we zijn gewoon blijven rijden omdat het onze opdracht was. De kopmannen voelden zich goed, dus we reden ons het snot uit de neus. Ik denk dat tevreden mogen zijn met brons. Natuurlijk is goud nog mooier, maar tegen Cavendish en Sagan kan je weinig beginnen. Ik denk dat er wel opluchting is dat Tom het podium haalt, er lag druk op onze schouders en we keren naar huis met een bronzen medaille. Dat is niet slecht. We mogen trots zijn, we hebben hier met de Belgen echt de koers gemaakt en ik denk dat het publiek er wel van genoten heeft. Het ging echt hard in die waaier, het was knokken. Tom was echt sterk, af en toe nam hij de kop en moest ik naar adem happen, zo snel ging hij. Ik heb nadien echt een uurtje moeten bekomen omdat het zo hard ging in die woestijn.”
Dat beaamde ook Jasper Stuvyen die, net zoals Naesen, zijn debuut maakte op het WK. “Het ging ontzettend hard, ongelooflijk wat voor tempo we daar maalden. We bleven met een klein groepje over. Een goede zaak, dus daarom bleven we op dat plaatselijke circuit ronddraaien en dan was het aan Tom om te sprinten, want op het eind ontsnappen was quasi onmogelijk, daarvoor zat de wind verkeerd. Ik weet niet of we met die derde plaats blij of teleurgesteld moeten zijn. Misschien zal het pas vanavond een beetje bezinken. Brons is een troostprijs, maar ik denk dat we het met de ploeg op de best mogelijke manier hebben gespeeld. Dan is het dus wel goed dat we niet met lege handen achter blijven.”

.

bron: Belga

DELEN