Mobiele media verstoren onze nachtrust

Jongvolwassenen die eenmaal in bed nog naar hun smartphone of andere mobiele media grijpen, stellen hun slaap vaak uit. Dat merkte Daphne Roskams, master in de communicatiewetenschappen (KU Leuven), bij haar onderzoek.

De televisie baande zich eerder al een weg naar vele slaapkamers, maar de opkomst van mobiele media (smartphones, tablets en laptops) bracht de schermen zelfs tot in het bed. In haar masterproef onderzocht Roskams de rol van avondlijk mediagebruik in het slaapgedrag van jongvolwassenen.

Ze bevroeg 310 Vlaamse 18- tot 25-jarigen (studenten, werkenden en werkzoekenden) over hun bedtijd, het tijdstip waarop ze naar bed gaan, en hun slaaptijd, het tijdstip waarop ze effectief gaan slapen.

“In bed zijn jongvolwassenen gemiddeld nog veertig minuten met media bezig”

47 minuten

Het verschil tussen de bed- en de slaaptijd is best groot te noemen bij haar respondenten: gemiddeld bleken ze tijdens de week pas 47 minuten nadat ze in hun bed kropen te gaan slapen.

“Die periode tussen de bed- en de slaaptijd vullen ze bijna volledig in met mediagebruik”, stelt Roskams. Zo bekenden de respondenten dagelijks gemiddeld nog 40 minuten met media in bed bezig te zijn alvorens te slapen.

Uitstelgedrag

Het mediagebruik in bed speelt volgens Roskams dus een duidelijke rol in het uitstellen van de slaaptijd.

Maar zorgen media er ook voor dat mensen al later in bed kruipen? De respondenten in Roskams studie gaven alvast aan ook hun bedtijd vaak uit te stellen, maar media blijken daarin niet bepalend. “Hoewel de ondervraagden gemiddeld twee uur aan media spenderen voor ze in bed kruipen, konden we geen duidelijk verband afleiden tussen het uitstellen van de bedtijd en het gebruik van media. Ook respondenten die minder media gebruiken alvorens in bed te kruipen, stelden die bedtijd trouwens vaak uit”, stelt Roskams.

Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer ze inzoomt op de studenten in haar onderzoek. “Zij die op kot zitten, gebruiken ’s avonds minder media vergeleken met studenten die thuis wonen. Dat komt vermoedelijk doordat studenten op kot vaker ’s avonds afspreken met vrienden dan zij die pendelen. Beide groepen stellen echter even vaak hun bedtijd uit. Eens ze hun bed opzoeken zien we trouwens weinig verschil tussen het mediagebruik van kotstudenten en niet-kotstudenten.”

Zelfcontrole

Is het op tijd gaan slapen toch niet vooral een zaak van zelfcontrole? Daar is Roskams het niet helemaal mee eens. “We merkten in ons onderzoek wel dat mensen met een hoge zelfcontrole vroeger in bed kruipen en zo dus hun slaap initieel niet gaan uitstellen. Maar zodra ze in bed liggen blijken ze vaak alsnog naar media te grijpen en daardoor hun slaap toch uit te stellen”, aldus Roskams. “Eigenlijk is zelfcontrole zoals een spier: het vereist kracht en energie om handelingen uit te voeren. En net als een spier vermoeid raakt na een aanhoudende inspanning, kan ook zelfcontrole worden uitgeput wanneer er over een lange tijd zelfbeheersing wordt geëist. Maar zelfcontrole kan evenzeer getraind worden om sterker te worden. Wie dus voldoende oefent, kan een ijzeren discipline kweken om het gebruik van media voor het slapengaan te beperken. En dat is belangrijk, want een tekort aan slaap kan heel wat fysieke en mentale gezondheidsproblemen veroorzaken”, besluit Roskams.

Daphne Roskams dingt met haar masterproef mee naar de Vlaamse Scriptieprijs.

Foto Pixabay

 

DELEN