Jolien D’hoore gelooft in haar kansen op WK

Jolien D'hoore gelooft in haar kansen op WK

Jolien D’hoore (26) mag misschien wel onze grootste kanshebber op goud genoemd worden op dit WK in Qatar. De bronzenmedaillewinnares in het omnium op de piste van Rio geldt als een van de topfavorieten in de wegrit bij de vrouwen. “Ik ben heel gemotiveerd voor dit WK”, zei ze op een persmoment met de Belgen gisterenavond, “dit WK is mijn tweede doel van het jaar, ik ga resoluut voor goud.” Vorig jaar ging D’hoore ook over de lippen als favoriet in Richmond, maar dat parcours bleek, zoals ook bij de beloften en profs, nog net iets lastiger dan vooraf was voorspeld. “Dat parcours hebben we toen onderschat”, bekende bondscoach Ludwig Willems eerder deze week. “Nu vindt Jolien wel een parcours op haar maat. Ze maakt een grote kans op de regenboogtrui en hoort bij de topfavorieten.” En dat beseft de renster uit Schelderode ook zelf. “Ik ben een sprinter”, zei ze, “ik krijg hier een parcours op mijn maat, zo’n kans moet ik grijpen. Dit is mijn moment om me tot wereldkampioene te kronen.”

Echt veel stress heeft ze niet meer na haar olympisch brons. “Niets moet nog, alles mag”, hetzelfde credo als bij Van Avermaet. “Voor Rio was er meer druk, daar heb ik echt maanden, jaren naar toegeleefd. Nu is dat anders. Natuurlijk is er wat stress, zelf wil ik ook presteren, maar ik moet me niet meer bewijzen, de druk is van mijn schouders.”

Lang zat ze niet stil na haar bronzen medaille. “Een weekje was ik van de fiets, daarna startte ik in de Boels Rental Ladies Tour. In het begin had ik haar daar nog knap lastig, maar op het eind voelde ik me stilaan beter en dan was er week later de zege in de Madrid Challenge. Daar voelde ik opnieuw mijn snelle benen. Sindsdien heb ik verder hard gewerkt om hier top te zijn. Dit is mijn tweede doel van het seizoen en ik wil zaterdag proberen om opnieuw te winnen. Ik krijg een volledige ploeg in steun en dat is fijn dat er zoveel vertrouwen is. Ik hoop op een rustige koers, waarin ik me enkel op het eind moet tonen in de sprint.”

bron: Belga

DELEN