Strijd om 5G is losgebarsten

Vandaag is het het Mobile World Congress 2016 gestart. Een twistappel die de gemoederen verhit in Barcelona, is de ontwikkeling van een nog sneller mobiel netwerk.

Volgens experts wordt het 5G-netwerk hét systeem waarop alle andere technologieën en platformen inhaken, denk maar aan videostreamdiensten zoals Netflix, techgiganten die het ‘Internet of Things’ willen uitrollen of zelfs diensten als openbaar transport en de gezondheidszorg. De regio die als eerste met een standaard op de proppen komt, kan dus heel wat economische voordelen plukken dankzij licenties en patentrechten.

Wie als winnaar uit de race komt, blijft nog afwachten. Voorlopig lijkt Zuid-Korea aan de kop te liggen, want het land hoopt tegen de Olympische Winterspelen van 2018 met een 5G-standaard komen. Japan volgt met een deadline tegen 2020, als de Olympische Zomerspelen in Tokyo landen. Ook Europa en de Verenigde Staten zijn al aan de slag met tests rond het razendsnelle internet.

In eigen land hoopt minister van Digitale Agenda Alexander De Croo (Open Vld) om het eerste 5G-land van Europa te zijn. Dat lijkt volgens De Tijd erg hoog gegrepen: Brussel en Wallonië hanteren een strikt vergunningsbeleid voor zendmasten. Dat terwijl 5G net meer, maar kleinere antennes nodig heeft.