Voorgeproefd – De negen dagen van Rabbit Hayes

Buiten klonk er popmuziek, een kind kraaide van plezier en een man met een baard hield een bord met de tekst wandel met jezus omhoog en deed een dansje. De leren stoel voelde warm aan tegen Rabbits huid. De auto reed verder en ging op in de langzame, gestage stroom van verkeer die door de stad kronkelde. Het is een mooie dag, dacht Rabbit en ze doezelde weg.

Molly, Rabbits moeder, keek van de weg naar haar dochter en haalde haar hand van het stuur om de deken goed over het magere, breekbare lichaam te leggen. Toen streelde ze het kaalgeschoren hoofd.

‘Het komt goed, Rabbit,’ fluisterde ze. ‘Ma regelt het wel.’ Het was een heldere dag in april en de veertigjarige Mia Hayes, oftewel ‘Rabbit’, de geliefde dochter van Molly en Jack, de zus van Grace en Davey, de moeder van Juliet van twaalf, de beste vriendin van Marjorie Shaw en de enige echte liefde in het leven van Johnny Faye was op weg naar een verpleeghuis om te sterven.

Toen ze op hun bestemming waren aangekomen, kwam Molly langzaam tot stilstand. Ze zette de motor af, trok de handrem aan en bleef even zitten kijken naar de deur die naar het ongewenste en onbekende leidde. Rabbit sliep nog en Molly wilde haar niet wakker maken, want zodra ze dat deed zou hun verschrikkelijk korte toekomst het heden worden. Ze dacht erover om verder te rijden, maar ze kon nergens heen. Ze zat vast. ‘Fuck,’ fluisterde ze en ze greep het stuur beet. ‘Fuckerdefuck, kutterige, shitterige, kloterige, fuckende kutzooi. O, fuck.’ Molly’s hart lag duidelijk al aan gruzelementen, maar de scherven kletterden in het rond met elke ‘fuck’ die van haar lippen rolde.

‘Wil je verder rijden?’ vroeg Rabbit, maar toen haar moeder haar kant uit keek, waren haar ogen nog gesloten.

‘Nee, ik wilde gewoon even vloeken,’ zei Molly.

‘Goed gedaan.’

‘Dank.’

‘Ik vond vooral “fuckerdefuck” en “fuckende kutzooi” leuk.’

‘Die kwamen zomaar bij me op,’ antwoordde Molly.

‘Die moet je erin houden,’ zei Rabbit.

‘Vind je?’ Molly deed net alsof ze daarover nadacht, terwijl ze intussen haar hand weer op haar dochters hoofd legde en het streelde. Rabbit deed langzaam haar ogen open. ‘Je bent geobsedeerd

door mijn hoofd.’

‘Zacht,’ mompelde Molly.

‘Nou, toe dan maar, aai het nog maar een keer, dat brengt geluk.’ Rabbit draaide zich naar de dubbele deuren toe. Dit is het dan, dacht ze.

Molly wreef nog één keer over het hoofd van haar dochter, daarna haalde Rabbit haar hand weg en hield hem vast. Ze staarden naar hun ineengestrengelde vingers. Rabbits hand zag er ouder uit dan die van haar moeder. Haar huid was schilferachtig en flinterdun, met opgezette, gebarsten aderen, en haar eens zo mooie, lange vingers waren zo smal dat ze bijna knokig leken. Die van haar moeder waren stevig, zacht en verzorgd, met volmaakt gelakte, korte nagels.

‘Er gaat niets boven het heden,’ zei Rabbit.

‘Ik haal een rolstoel.’

‘Nee.’

‘O, jawel.’

‘Ma.’

‘O, jawel.’

‘Ma, ik loop naar binnen.’

‘Rabbit Hayes, je hebt een gebroken been dat bloedt. Je gaat niet lopend naar binnen.’

‘Ik heb een stok en ik heb jou en ik loop naar binnen.’

Molly zuchtte diep. ‘Goed dan, verdomme. Maar als je valt, god, dan zweer ik dat…’

‘Je me vermoordt?’ grinnikte Rabbit.

‘Niet grappig.’

‘Een beetje grappig?’

‘Retegrappig,’ zei Molly en Rabbit moest een beetje lachen.

Veel mensen waren geschokt door Molly’s schuttingtaal, maar zij niet. Ze vond het amusant, vertrouwd en troostend. Ma was aardig, ruimhartig, grappig, wijs, sterk en geweldig. Ze zou een kogel opvangen om een onschuldig iemand te beschermen en niemand, hoe groot, sterk of dapper ook, stond Molly Hayes in de weg. Ze kon dwazen niet uitstaan en het zou haar worst wezen of mensen haar mochten. Of je vond Molly Hayes aardig, of je kon opzouten. Molly stapte uit en nadat ze de wandelstok van de achterbank had gepakt, maakte ze het portier aan de passagierskant open en hielp haar dochter overeind. Rabbit keek naar de dubbele deuren en liep tussen de stok en haar moeder in langzaam en standvastig naar de receptie. Als ik naar binnen loop, kan ik ook

naar buiten lopen. Heel misschien… dacht ze.

Binnen bekeken ze de weelderige tapijten, het donkere hout, de fraaie Tiffany-lampen, de zachte inrichting en de plank vol boeken en tijdschriften.

‘Mooi,’ zei Molly.

‘Eerder een hotel dan een ziekenhuis,’ voegde Rabbit eraan toe.

‘Ja.’ Molly knikte. Rustig blijven, Molly.

‘Het ruikt niet eens naar ziekenhuis.’

‘Goddank,’ zei Molly.

‘Ja,’ beaamde Rabbit. ‘Dat zal ik niet missen.’

Langzaam liepen ze naar een vrouw met kort, blond haar en een brede Tom Cruise-glimlach. ‘Jij bent vast Mia Hayes,’ zei ze.

‘Ze noemen me Rabbit.’

De glimlach werd breder en de blonde vrouw knikte. ‘Dat vind ik leuk,’ zei ze. ‘Ik ben Fiona. Ik laat je je kamer zien en dan roep ik een van de verpleegkundigen om je te installeren.’

‘Dankjewel, Fiona.’

‘Graag gedaan, Rabbit.’

Molly zweeg. Ze deed haar best om overeind te blijven. Het is goed, Molls. Niet huilen, geen tranen meer, doe gewoon alsof alles goed is, net zoals zij dat doen. Kom op, ouwe zeurkous, hou je in voor Rabbit. Het komt goed. We vinden wel een manier. Doe het voor je meisje.

 

voorgeproefd_FACEBOOK_9dagenvan