De vreemdste vragen bij een sollicitatie

Composite image of business people waiting to be called into interview

Vergeet clichématige vragen als: “geef drie negatieve eigenschappen van jezelf”. Bereid je eerder voor op vragen als “hoeveel pianostemmers wonen er in Amsterdam?” en “hoe verkoop je een koelkast aan een eskimo?” als je naar je volgende sollicitatie vertrekt. Deze vragen lijken volledig van de pot gerukt, maar toch zijn ze zorgvuldig gekozen en testen ze je capaciteiten grondig.

Glassdoor, een jobwebsite uit Nederland, maakte een samenvatting van vragen die gesteld werden aan sollicitanten. Grote bedrijven als Harrods, Airbnb, Google en Dropbox durven blijkbaar als eens af te wijken van het standaard vragenlijstje. Toch hebben deze gekke vragen een bedoeling.

Hoe verkoop je een koelkast aan een eskimo?

Een typische vraag voor een commerciële functie. Eskimo’s kunnen namelijk niets aanvangen met een koelkast. Het is geen koud kunstje om  iets te verkopen aan iemand die het totaal niet kan gebruiken. De vraag zou wel de verkoopcapaciteiten testen en de reactie van de sollicitant is ook van tel: begint hij geamuseerd te lachen of klapt hij helemaal dicht?

Welke stripfiguur zou je willen zijn?

Mensen kunnen zichzelf makkelijker uitdrukken in metaforen. Deze vraag is een variant van de bekende vraag ‘welke dier zou je willen zijn?’, maar daaar bestaan te veel standaardantwoorden voor. Je ondervrager zal proberen zo diep mogelijk te gaan.

Hoeveel pianostemmers wonen er in Amsterdam?

Deze vraag test je conceptueel vermogen, hoe je structuur ziet en welke verbanden je kan leggen tussen bepaalde onderwerpen. Een antwoord als “Euh, 20?” vertelt voor over je. De ondervrager gaat op zoek naar hoe je een analyse maakt en waarop je je baseert.

Hoeveel tennisballen worden tijdens Wimbledon gebruikt?

Hier wordt je analytisch inzicht en je inschattingsvermogen getest. Het is bijna onmogelijk om deze vraag correct te beantwoorden. De ondervrager peilt naar de zoektocht op het antwoord van deze vraag, niet naar het antwoord zelf. Je moet denken aan hoeveel wedstrijden, hoeveel spelers, hoeveel ballen gebruikt worden …