Voorgeproefd: De waarheid is een koe

Elsie Bovary is een koe en is heel tevreden met haar luie leventje. Ze slijt haar dagen met eten, slapen en kletsen met haar hartsvriendin Mallory. Als ze op een nacht de stal uit sluipen om te gaan dollen met de stieren, ziet Elsie de boer en zijn gezin in stille aanbidding voor een lichtgevend kastje zitten. En wat deze Kastgod over de bio-industrie vertelt, zet haar wereld op zijn kop. Er zit maar één ding op: ze moet een veilig heenkomen zoeken. Ze ontvlucht de boerderij samen met Jerry, een varken dat zich onlangs bekeerd heeft tot het jodendom, en Tom, een kalkoen die niet kan vliegen maar wel een iPhone kan bedienen met zijn snavel. ‘De waarheid is een koe’ is het romandebuut van de Amerikaanse acteur David Duchovny, beter bekend als Mulder uit ‘The X-Files’.

De meeste mensen denken dat koeien geen hersens hebben. Ja, hallo. Sterker nog, de meeste mensen denken dat koeien geen hersens én geen gevoelens hebben. Ja, hallo daar. Ik ben een koe en ik heet Elsie. En dat is een waarheid als een koe. Ha! Nu hoor je het zelf. Wij hebben dus wel hersens, en gevoelens, én humor. De meesten van ons althans: mijn oudtante Elsie, naar wie ik vernoemd ben, heeft geen gevoel voor humor. Maar dan ook totaal niet. Nul komma nul. Ze kan niet eens lachen om moppen over mensen die iets stoms uithalen. Zoals deze: komt een mens de stal in… Maar wacht, ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb. Ik kan beter opschieten.

Eerst wat dingen uitleggen. Even denken…

O ja, je vraagt je misschien af hoe ik dit schrijf, aangezien ik geen vingers heb. Kan geen pen in mijn poten houden. Heb ik weleens geprobeerd, werd één grote kliederboel. Niet dat er nog veel pennen in omloop zijn, met al die computers tegenwoordig.

Emoties en hersens en gevoel voor humor hebben wij dus wel, maar praten ho maar. Althans niet met mensen. Maar we hebben wel wat jullie mensen ‘overlevering’ noemen. Onze wijsheden en verhalen worden overgedragen van moederkoe op dochterkalf, van generatie op generatie. Net zoals jullie Ilias en Odyssee vroeger. Zingend zelfs. Sorry dat ik zo met namen strooi. Homerus. Dus. Ben je weer bij?

Alle dieren kunnen met elkaar praten. Ze grommen, fluiten, blaffen of krijsen in een universeel soort dieren-Esperanto: leeuw en lam, vogel en hond, rendier en kat – al heeft natuurlijk niemand trek in een lang gesprek met een kat. Zulke vreselijke egotrippers. Maar wij, het dierenrijk, hebben geen woorden of wat je een taal kunt noemen. Ja ja, dat is een kromme zin, dat weet ik. Maar dat doe ik expres, om er de aandacht op te vestigen. Ik ben geen buideldier. Zoals iedereen weet, hebben buideldieren de ballen verstand van grammatica. (Ooit geprobeerd een zinnig gesprek te voeren met een kangoeroe? Geen touw aan vast te knopen, aan die gasten, als je hun rare accent al verstaat.) En Joost mag weten wat vissen allemaal uitkramen. Maar ik dwaal af. Rund dat ik ben. Uitweiden en herkauwen, dat kunnen koeien wel. We staan daar altijd maar eindeloos te malen. Beetje staan, beetje eten, beetje kletsen, af en toe een likje van de zoutsteen. Heel relaxt.

Althans, het wás allemaal heel relaxt. Tot een jaar of twee geleden. Toen is mijn verhaal zo’n beetje begonnen. Tot die tijd had ik een heerlijk leventje. Ik ben geboren op een kleine boerderij in de staat New York, in de Verenigde Staten. Al sinds koeienheugenis woont onze familie daar. Mijn moeder en mijn moeders moeder en haar moeders moeders moeder, enzovoort. In koeienfamilies schitteren de vaders meestal door afwezigheid. Mijn vader (Ferdinand genaamd: enorm cliché, ik weet het) kwam heel af en toe langs, ik denk dat ik zo aan mijn broertjes en zusjes ben gekomen. Maar over het algemeen leven de jongens gescheiden van de meisjes. Ze staan wel graag naar ons te loeren van achter hun omheining. Eerlijk gezegd is het soms een beetje eng, hoe ze staren. Alsof jongens een andere diersoort zijn. Maar ik veroordeel ze niet. Als ik de afgelopen twee jaar iets heb geleerd, is het om niemand te veroordelen. Ik bedoel: al sinds het begin van de beschaving worden jongens en meisjes apart gehouden, dus je verwacht niet anders. Je weet niet beter, dus ik stond daar heus niet de hele tijd naar mijn vader te verlangen.

Mensen houden van ons. Dat dacht ik althans, dat dachten we allemaal. Ze zijn dol op onze melk. Nu vind ik het persoonlijk een beetje raar om de melk van een ander dier te drinken. Je moet er toch ook niet aan denken dat ik afstap op een mensenvrouw die net is bevallen en zeg: ‘Yo, mag ik een slokje?’ Dat zou toch raar zijn? Gaat echt niet gebeuren. Smerig idee ook. Maar daarom zijn jullie dus zo dol op ons. De witte motor. Ach, ieder zijn meug.

En alle meiden weten van kleins af aan dat de boer elke dag onze melk komt halen. Blij toe, want je zwelt er enorm van op en na een goede melkbeurt voel je je weer lekker slank en strak. Ja, wij letten ook op onze lijn. En we vinden het niet fijn dat jullie ‘vette koe’ gebruiken als scheldwoord voor dikke mensen. Het zit varkens trouwens ook dwars dat jullie mensen uitschelden voor ‘varken’ of ‘zwijn’, en je maakt kippen driftig met de uitdrukking ‘kip zonder kop’. Wat ik dan stiekem wel weer leuk vind, want een irritanter beest dan de haan heeft God nooit geschapen.

David Duchovny, De waarheid is een koe, Manteau, 160 p., 19,99 euro

Metro schenkt tien exemplaren van dit boek weg via onze wedstrijdpagina.